Dat doe ik wel even
Heb je een dominante "ja"?
Ik zie en hoor het vaak in de praktijk; mensen vol energie, die dan ineens vastlopen en niet meer vooruit te branden zijn. Hoe komt dat toch? Waar is die energie gebleven? Niet meer vooruit te komen en tegelijkertijd veel stress en onrust in het lijf.
Zelf herkende ik mijn dominante JA in de tijd dat ik nog op kantoor werkte. Ik wilde niemand teleurstellen en deed allerlei beloftes, toezeggingen, zonder na te denken over of ik dat wel leuk zou vinden om te doen. En tegelijkertijd ook zonder na te denken of ik daar wel tijd voor had. Mijn “ja” was behoorlijk dominant.
Hoe dat kwam? In mijn hoofd was de ruimte oneindig, maar het lichaam is nu eenmaal beperkt aan plaats en tijd. Maar het eindresultaat was dat ik de teleurstelling aan de ander alleen maar uitstelde: ik deed het niet of te laat. En dan voelde ik me extra miserabel. Het was niet dat ik geen motivatie had, het vloog me allemaal ineens aan en dan stortte ik helemaal in. Een soort mini burn-out.
Grenzeloos
Je bent zelf je grootste vijand
Wat er in zulke situaties ontstaat is een soort vijandschap, naar mezelf dat ik me weer in zeven sloten had gewandeld en mijn grenzen niet aan had gegeven. Maar ook naar de buitenwereld, die altijd maar alles van mij vraagt. De kunst is om vijandschap te leren herkennen, want dat is precies het moment waarop we ons losdenken uit verbinding. Vijandschap zorgt voor gevoel van onmacht. En dat beeld komt overeen met de staat van immobilisatie in het autonoom zenuwstelsel.
Dit deel van het autonoom zenuwstelsel ontstond vroeg in onze evolutie. Toen we nog geen ledematen hadden en de dreiging niet uit de weg konden gaan of aanvallen. We hadden simpelweg alleen maar de mogelijkheid om het uit te zitten. Het lichaam forceert je letterlijk om stil te staan en je energie alleen voor lijfsbehoud aan te wenden. Iets wat mensen die door een burnout zijn gegaan wellicht herkennen. Tips als “je moet gewoon je grenzen aangeven” helpen dan niet.
Wat is fawning?
De reflex van pleasen
In de polyvagaaltheorie wordt naast vechten, vluchten en bevriezen nog een vierde overlevingsreactie beschreven: fawning. Dat is de neiging om de ander te pleasen, vaak ten koste van jezelf.
Het grote verschil met gewoon “aardig willen zijn” is dat fawning geen bewuste keuze is. Het is een reflex. Je zenuwstelsel heeft ergens geleerd dat je veiligheid groter is als je je aanpast, de ander tevreden houdt of diens boosheid voorkomt. Vaak ontstaat dat al in de kindertijd, bijvoorbeeld als je bent opgegroeid met emotioneel onvolwassen, afwezige of narcistische ouders. Dan werd je nee niet gezien, of zelfs afgestraft.
Als volwassene gaat dat patroon vaak onbewust verder. Je ja komt er razendsnel uit, soms nog voordat je zelf hebt gevoeld of je dat wel wilt of kunt. Het lichaam protesteert ondertussen — met spanning, vermoeidheid of een gevoel van leegte. En die gevoelens kunnen zo onaangenaam zijn dat we het lichaam niet eens meer bewust voelen en afsluiten. We dissociëren, of wel vertrekken met onze aandacht naar een eigen wereld in ons hoofd.
Onderzoekers beschrijven fawning als een “vergeten traumarespons”: waar vechten, vluchten en bevriezen meer zichtbaar zijn, blijft fawning vaak onder de radar. Het wordt namelijk verward met behulpzaamheid, loyaliteit of flexibiliteit. In werkelijkheid is het een vorm van zelfverloochening. Signalen zijn o.a.: altijd sorry zeggen, een conflict koste wat kost vermijden, overdreven begrip tonen, of direct ja zeggen zonder eigen behoefte te checken.
Grenzen herkennen
De wetenschap van Nee
Ons brein de grootste energieverbruiker van het lichaam. Telkens wanneer je “ja” zegt terwijl je “nee” voelt, gaat het brein overuren draaien: hoe ga ik dit oplossen, hoe voorkom ik teleurstelling, hoe red ik mezelf hieruit? Een heldere nee stopt die molen. Het creëert voorspelbaarheid en rust, zowel voor jou als voor de ander.
Wees mild
Je kunt met mildheid kijken naar je fawning response. Deze beschermer houdt jou veilig door met de laatste krachtinspanning nog net te voldoen aan de vraag die onze sociale context bij ons neerlegt. Door daar aan te voldoen zijn we veilig en krijgen we – hoe beperkt ook – de erkenning (of de liefde) die we nodig hadden. Dat er nog andere mogelijkheden zijn, dat weet het brein nog niet en dat vraagt simpelweg beoefening. En naarmate de beoefening vordert komen er plausibele alternatieven beschikbaar, zoals simpelweg nee zeggen.
Boosheid of irritatie zo’n belangrijke raadgever: er is een grens overschreden. En dat is spannend om te erkennen, zeker als grenzen aangeven vroeger niet mogelijk was. Dus is het tijd om de boosheid niet weg te drukken, maar deze helemaal te erkennen: Ah, kennelijk wil ik iets niet of vraagt de ander te veel aan me.
Nee is helder
Omdat we zelf afwijzing kennen en dat als pijnlijk ervaren (of onveilig) is een nee heel spannend. Het vraagt moed om aan te geven: hier is mijn grens! Ik leerde in mijn mannencirkel onlangs te oefenen met nee zeggen. Op de meest gekke vragen die we elkaar stelden. Door contact te houden met het lijf werd de ja of de nee heel eerlijk. Een nee is niet hard of afwijzend. Het is helder. Voor jou én voor de ander. Het voorkomt eindeloos piekeren, uitstellen of perfectionistisch vastlopen. En misschien nog belangrijker: je brein hoeft niet meer alle scenario’s en risico’s door te rekenen. Dat scheelt enorm veel energie.
Lichaamsgericht
Oefenen met Nee
We zijn er inmiddels wel achter dat moeite met nee kunnen zeggen niet door een cognitief gebrek komt, maar door een reflex in het lichaam. We kunnen het lichaam goed inzetten om te oefenen met onze eigen grenzen en “nee”.
Onze natuurlijke grens is ongeveer een armslengte. Mooi hoe de biologie dat heeft gemaakt! Een prettige oefening om je eigen grens weer door het lichaam te laten herkennen is het volgende:
- ga zitten en voel je gesteund in je rug
- leg je handen over elkaar heen op je hartgebied, in het midden
- open je mond en adem ruim in
- op een uitademing duw je krachtig je handen naar voren, handpalmen naar voren, vingertoppen omhoog
- Breng op de inademing je handen weer op je hart
Zo oefen je een vijftal ademhalingen en misschien voeg je er nog 5 ademhalingen aan toe waarbij je op de uitademing hardop Haaaa! roept.
Fawning en : ontwikkelingstrauma
Ik zie de fawning response veel voorkomen bij mensen die een vorm van ontwikkelingstrauma hebben opgelopen. Veelal wanneer ze opgroeien bij ouders die emotioneel onvolwassen, afwezig of narcistisch zijn.
De aanpassingsstrategie begint dan al heel vroeg, voordat de cognitie is ontwikkeld. Daarom is het zo belangrijk om dan met het lichaam te werken. Het is met het hoofd wel te begrijpen, maar het lichaam doet anders.
In mijn gratis eBook lees je er meer over en vind je nog een aantal lichaamsgerichte tips om te gronden, grenzen aan te geven en grip te houden op de situatie.
Vraag aan
Gratis ebook
"*" geeft vereiste velden aan
Samen aan de slag?
Programma
Maak van Zacht je Kracht
Met het Maak van Zacht je Kracht 3 maanden programma kom je weer terug in je lichaam: energiek, krachtig en ontspannen.
Ademruimte
Ademcoaching
Ademcoaching helpt je om ruimte te maken, daar waar het lichaam is vastgeschrokken.
One Day Retreat
Voor Mannen die willen Voelen
Gezonde mannelijkheid oefenen met lichaamswerk en ademwerk. Om weer echt in verbinding te komen.